Hoe zorg je ervoor dat jouw Prusa Mini 3D printer lekker blijft werken? Hier is onze Prusa Mini Troubleshooter.

Wij hebben geleerd van onze 3D printers

Bij Junior IOT hebben we (begin 2021) nu ervaring met 7 Prusa Mini’s. Deze zijn van verschillende productie momenten: van de versie van de allereerste dag tot nu de allernieuwste versie, de Prusa Mini+. Enkele 3D printers worden iedere week gebruikt door de juniors van de zaterdag inloop. Twee machines reizen wekelijks naar twee basisscholen, waar ze worden bediend door zo’n 400 leerlingen. En één machine heeft een vaste plek op de basisschool. Dat zijn meer dan voldoende mogelijkheden om te ontdekken wat de gebruikers met deze 3D printer doen.

We hebben eerder al ervaring opgedaan met andere 3D printers, onder meer de Ultimaker, de BCN 3D, verschillende Ender printers. We hebben zelfs ooit een eigen model printer ontwikkeld. Bij Junior IOT gebruiken we nu nog twee Prusa MK3 printers. Bij elkaar weten we hier nu genoeg van om uit te leggen waarom we kiezen voor de Prusa Mini. En inmiddels hebben we van deze Prusa Mini nu genoeg geleerd om jou uit te leggen hoe je zorgt dat deze machine in een goede conditie blijft.

Elke machine heeft een zekere aandacht nodig, en dat is vooral belangrijk om de machine te laten werken in de hectiek op een school. Afhankelijk van het merk en type kan een 3D printer een heel gevoelig apparaat zijn, waarbij meestal veel moet worden ingesteld en afgesproken om deze goed te gebruiken.

De Prusa Mini 3D printer stelt zichzelf in bij iedere print. Dat vereenvoudigt het gebruik, en daardoor valt het onderhoud aan de machine erg mee.

Wanneer we voor ons project bij jou op school zijn, kunnen we jouw 3D printer een beetje extra aandacht geven. Omdat daar niet altijd tijd voor is, maak je als school zelf ook kennis met deze vaardigheden. Zo leren we elkaar in deze rol aan te vullen. Via deze pagina maak je een start in het ontdekken van alle tips en vaardigheden – de printer helpt je daarbij.

Deze tips zijn voor de beginnende gebruiker

De Prusa Mini is een prima keuze voor de beginnende gebruiker. De tips op deze pagina zijn beschreven voor de beginnende gebruiker.

Let op: het is niet de bedoeling dat je met gereedschap aan de slag gaat met de Prusa Mini 3D printers!

Bij Prusa en op het internet zeggen vaak, haal alles uit elkaar. Die opmerking is dan bedoeld voor de eigenaar, of wie er bij jullie verantwoordelijk is voor de printers.

Gelukkig is gereedschap vaak niet nodig. De meeste uitdagingen zijn eenvoudig op te lossen. We leggen het op deze pagina rustig uit.

Voor de beginnende gebruiker – dat betekent ook dat je voor de meeste tips geen gereedschappen nodig hebt. Een enkele keer kan je een inbussleutel nodig hebben om een afstelling aan te passen, of een steeksleutel om één van de wartels van de filament doorvoer los te draaien.

Als je meer doet, doe dat dan altijd in overleg met de eigenaar of verantwoordelijke. Hiermee voorkomen we veranderingen aan de 3D printers. We waarderen het dat onze printers nu allemaal gelijk en voorspelbaar zijn.

Een aanvulling op het 3D Print Certificaat van Junior IOT

In onze lessen in de klas leer je als groep te werken met de 3D printer. We proberen ervoor te zorgen dat een paar mensen in jouw groep al snel zelfstandig de 3D printer kunnen bedienen. Als er tijd voor is kan je in de les zelfs je 3D print certificaat verdienen.

In de lessen is vaak niet genoeg tijd om iedereen een certificaat te geven. Leerlingen die het meteen begrijpen, en leerlingen die graag de anderen helpen komen vanzelf eerder aan de beurt. Zo ontstaat er een leerzame rollenverdeling.

Leerlingen met een certificaat mogen op school op andere momenten met de 3D printer werken. Ze leveren hun certificaat in als ze hiervoor de sleutel ophalen. Het certificaat krijgen ze terug als ze de werkplek netjes achterlaten. Helaas, als je een rommel achterlaat, dan heb je het certificaat ont-verdiend, en moet je iemand anders zoeken om te kunnen printen.

De informatie op deze pagina geeft de aanvulling op wat we in de les aan de leerlingen laten zien. Belangrijk is om te weten wat de leerlingen zelf kunnen regelen met de 3D printer, en bij welke problemen ze echt om hulp moeten vragen. De meeste activiteiten en controles kunnen ze zonder risico zelf uitvoeren. Op deze pagina zijn voor deze leerlingen nog een paar extra tips en uitdagingen verstopt.

 

De Prusa Mini in de standaarduitvoering

We hebben geleerd dat de Prusa Mini een prima machine is. Alle verbeteringen die we nodig vinden, zitten er gewoon al op.

De enige optie die we (bij het bestellen) toevoegen is de filament sensor, en we gebruiken een korte USB-verlengkabel. Ohja, de Prusa USB-stick zorgt voor problemen, dus die gebruiken we alleen voor de eerste instelling en voor een eerste proef printje. Als gebruiker hoef je verder niets te veranderen.

Door de machine standaard te houden, kunnen we ook telkens de nieuwe firmware van Prusa gebruiken. Deze voegt verbeteringen toe aan printkwaliteit en gebruikersgemak. Met een standaard machine kunnen we terugvallen op de garantie en de goede service, mocht er onverhoopt toch iets stuk gaan.

Als je meer doet, doe dat dan altijd in overleg met de eigenaar of verantwoordelijke. Hiermee voorkomen we veranderingen aan de 3D printers. We waarderen het dat onze printers nu allemaal gelijk en voorspelbaar zijn.

Gevorderde tips en tips van het internet – altijd in overleg

Mensen die al langer bezig zijn met 3D printen hebben dit meestal geleerd met andere soorten 3D printers. Bij veel machines was het gebruikelijk om allerlei aanpassingen en verbeteringen in te bouwen. Dat is logisch omdat het ontwerp van de 3D printers in de loop der jaren steeds beter wordt. Sleutelen aan de machine is voor veel mensen een gewoonte geworden. Bij veel 3D print vraagstukken lezen we op het internet daarom oplossingen die lijken op ‘alles moet uit elkaar’, of ‘het ontwerp is niet goed’. We doen dit niet. We negeren alle internet tips om iets te veranderen aan de machine.

Zo zorgen we ervoor dat iedereen elke machine goed kan gebruiken.

Als je meer doet, doe dat dan altijd in overleg met de eigenaar of verantwoordelijke. Hiermee voorkomen we veranderingen aan de 3D printers. We waarderen het dat onze printers nu allemaal gelijk en voorspelbaar zijn.

Andere oplossingen zijn (soms) ook mogelijk

Als we één ding hebben geleerd, dan is dat dat we allemaal een beetje eigenwijs zijn. Deze pagina helpt ons om een goede oplossing te vinden, en fouten op deze pagina zullen we ook gewoon verbeteren.

Natuurlijk kan je altijd kiezen voor andere oplossingen. Je maakt hierin een eigen keuze. Begrijp wel dat we je niet echt kunnen helpen als je kiest voor een ‘buurman die ook eens een 3D printer heeft gezien’.

Prusa MK3 printers zijn nu met pensioen

Sleutelen, dat kan in overleg wel aan onze Prusa MK3 printers. Na 3 tot 4 jaar intensief gebruik, 21 kilometer filament (4 dozen met 10 rollen), winterkou, stof en omvallende fietsen – nu doen deze machines het wat rustiger aan. Voor de beginnende gebruikers zijn we inmiddels overgestapt op de nieuwere Prusa Mini. Toch is de MK3 nog steeds een respectabele machine, en deze wordt nog volop verkocht door Prusa.

Gebruiken van de Prusa Mini

Printen op de Prusa Mini gaat bijna vanzelf

De bediening is heel eenvoudig, via het menu op de printer.

In vogelvlucht: Je tekent bijvoorbeeld in TinkerCad en je exporteert de tekening naar STL. Deze STL-file importeer je in PrusaSlicer, je stelt het formaat in (kleiner is sneller), kiest het juiste filament en genereert de gcode. Deze gcode zet je op de USB-stick (kies voor uitwerpen) en steek de USB-stick in de printer. De printer toont een afbeelding van jouw ontwerp en vraagt je of je deze wilt printen.

Huh? Moeten we voor het printen dan aan de machine niets controleren, instellen en aandraaien? Nee, dat doet de printer allemaal zelf.

En na het printen pak je het magnetische bed gewoon van de printer. Het bed wapper je even om af te laten koelen, voorzichtig buigen en je printje laat gemakkelijk los van het bed.

Bij elke print, bed schoonmaken met alcohol

Bij elke print maak je het bed schoon. Je gebruikt een klein beetje 90% of 99% alcohol en een schoon papieren doekje om het bed te ontvetten. Deze alcohol is 90% zuiver, of meer. Een schoon bed ziet er mat uit en zorgt dat je print goed blijft vastzitten.

Als na een paar prints je product niet goed op het bed vast blijft zitten:

  1. Ben je vergeten het met alcohol schoon te maken?
  2. Extra schoonmaak met aceton, zie verder.

Gebruik geen 70% alcohol, die is meestal bedoeld om je huid te ontvetten – de olie die erin zit maakt het bed juist gladder.

Af en toe, bed schoonmaken met aceton

Soms is het nodig om het printbed een keer extra goed te ontvetten. Je merkt dan dat de prints niet goed meer aan het bed vast blijven zitten. Ook kan het bed een beetje een glimmend uiterlijk hebben. Er wordt gefluisterd dat dit eens per 100 prints, of een keer per maand nodig is. Niet te vaak, volgens Prusa kan de hechtlaag dan bros worden.

Je maakt dan het bed schoon met een schoon papieren doekje en een klein beetje aceton. Let op: doe dit alleen met het gladde bed, want het bed met extra reliëf kan hier toch niet goed tegen.

Schoonmaken kan ook met afwasmiddel

Als je geen aceton hebt, dan mag je het ook schoonmaken met afwasmiddel. Ik wrijf het bed met mijn handen aan twee kanten in met afwasmiddel. Soms wil ik het extra-extra-schoon maken en dan gebruik ik een schuursponsje: ga dan in cirkelvormige bewegingen zachtjes heel even over elk vierkantje van het bed, voor- en achterkant. Goed afspoelen met water. Afdrogen met schoon (papieren) doekje. Het kan zijn dat je lichte krasjes van het schuursponsje blijft zien, dat is niet erg.

Het bed schoonmaken mag dus ook gewoon onder de kraan:

Geen andere dingen gebruiken op het printbed – echt niet

Schoonmaken met alcohol, aceton en/of afwasmiddel is genoeg. Gebruik geen andere hulpmiddelen. Echt niet.

We horen nog wel eens tips van mensen ‘met héél veel ervaring’. Het is bij andere 3D printers wel eens nodig om te werken met blauwe tape en/of Pritt-stift. Zodra we dit bij de 3D printer in de buurt zien, mag je jouw Prusa Mini inleveren, en je mag overstappen naar zo’n andere machine. Je Prusa 3D printer werkt namelijk veel beter bij iemand die deze middelen niet gebruikt.

Er wordt voor andere printers ook gefluisterd over ‘ABS juice’ als extra hechtmiddel. Als jij jouw gladde printbed netjes schoonmaakt met koud water en afwasmiddel, aceton en/of alcohol dan blijft je print prima zitten. Voor gewone PLA gebruik je geen extra middelen.

Een aantal oudere typen 3D printers printen op een glasplaat of een hard bed. Daarbij wordt een spatel gebruikt om het object los te breken. Bij de Prusa printers gebruiken we een flexibel bed, waarbij je het object losmaakt door het bed rustig een beetje te buigen. Er mogen geen spatels in de buurt van de 3D printers komen.

Filament aanschaffen – we kiezen alleen PLA

We houden ervan om storingen te voorkomen. Door in onze 3D printers alleen PLA te gebruiken houden we het gedrag van de printer mooi voorspelbaar. Geen uitzonderingen.

Tegenwoordig kan je het meeste PLA-filament kopen voor ongeveer € 20 per kilogram.

Via een grote donatie heeft Junior IOT voor een vriendelijke prijs een grote voorraad rest-rollen PLA aangeschaft. Deze komen van een grote filament fabriek in Nederland waar veel merken (en White-labels) hun filament laten maken. Op zo’n rol zit dan gemiddeld 600 gram. Bij deze rollen letten we op of de draad niet onder een volgende wikkeling is geschoven. Dit is goed filament waar we graag mee werken, en dit is ook beschikbaar voor thuisgebruik door onze juniors.

Daarnaast vinden we Prusament van Prusa een mooie keuze, om een mooie betrouwbare print te krijgen zonder storingen.

Alle merken zijn in principe goed. Het kan zijn dat sommige soorten, kleuren of merken beter printen op een iets andere temperatuur, wij vermijden deze keuze dan. Tussen de merken onderling variatie zijn in de productie toleranties, waardoor de extrusie hoeveelheid iets kan schommelen. We hebben geen prints gezien waarbij dit voor ons relevant is.

Bij ons wil het PLA-filament wat iets transparant is, nog wel eens een uitdaging geven. Door met de print temperatuur te spelen lukt het dan nog om een goede print te maken, Maar dit filament slaan we liever over.

Andere soorten filament – in overleg op de MK3

Wanneer je een goede reden hebt om een andere soort filament te gebruiken, overleg dan met een senior binnen Junior IOT. Het gebruik van ander filament mag bij ons alleen op de MK3 met het gele scherm.

Filament wisselen bij de Prusa Mini 3D printer

Filament wisselen doe je via het keuzemenu op de printer. Lees wat er staat, dan legt het zichzelf uit.

Het nieuwe filament maak je meestal even klaar. Knip een raar puntje er netjes af. (Psst, soms laten we dit puntje zitten, dat werkt meestal ook)

Als het begin van het nieuwe filament zichtbare sporen heeft, of heeft geslipt in de machine, dan knip je dit stuk er af.

We hebben bij onze Prusa Mini de invoerrol vaak iets strakker ingesteld. Bij het invoeren van nieuw filament kan het zijn dat je bij het eerste stapje even moet helpen door aan te duwen tot de machine het filament echt ‘pakt’.

Nozzle – we gebruiken alleen de standaard 0,4 nozzle

We houden ervan om storingen te voorkomen. Door in onze 3D printers alleen de standaard 0,4 mm nozzle te gebruiken houden we het gedrag van de printer mooi voorspelbaar.

De ideale temperatuur en vochtigheid

De ideale werktemperatuur is boven de 15 graden Celsius. Bij deze temperatuur is het gedrag van de printer en het filament mooi voorspelbaar. Onder de 15 graden geeft de printer een duidelijke error, dat hoort zo.

De luchtvochtigheid heeft invloed op de bruikbaarheid van het filament. Voor scholen is de aanbevolen luchtvochtigheid tussen 40 en 65%, en thuis zit je meestal op hetzelfde getal. Dit is prima voor een goede werking van de 3D printer. Prusa noemt zelf 25% als ideaal, maar zelf vinden we dit voor ons printwerk echt niet nodig.

Gebruik onder niet-ideale omstandigheden?

Wat gebeurt er als de temperatuur en de vochtigheid niet optimaal zijn? We zijn eigenwijs en printen altijd door. Zo leren we van wat er gebeurt.

Onze printers ervaren in onze werkplaats in de bus, en onderweg in de auto een heel ander klimaat. In de winter is de vochtigheid veel hoger, tussen de 90 en 100%. De temperatuur is veel lager, soms tegen het vriespunt. Hoe werkt dat?

In onze werkplaats warmen we de printer dan op met onze handen of met een föhn, en het printen gaat dan nog prima. We merken dat het filament zich boven 80% anders begint te gedragen, en boven 90% kan het printen lastiger worden. Vochtig filament laat makkelijker resten achter op de extruder tandwielen, en door slip zien we makkelijker een under-extrusion.

De vervuiling van de extruder tandwielen is erg vervelend, en hindert bij het printen. Deze vervuiling lijkt na een tijdje weg te gaan als je een ander filament gebruikt. Ook hebben we een keer de restjes in het tandwiel voorzichtig los gemaakt met een soldeerbout.

In uiterste gevallen zien we een gaatjes print van ‘gebakken lucht’ omdat het vocht tijdens het printen krachtig verdampt. Het kan zijn dat dit filament tijdens de regen even buiten is geweest.

We doen onze best om in onze werkplaats de vochtigheid te verbeteren, vooral omdat dit ongezond is voor de apparatuur (en voor de mensen) in de werkplaats.

Vervoer

De Prusa Mini is een stevig apparaat en kan best tegen een stootje. Het helpt daarbij dat de printer zich bij elke print opnieuw instelt.

Bij het vervoer in de auto kan je de printer gewoon los neerzetten. Haal dan wel de USB-stick uit de printer, want op dat punt is deze toch erg kwetsbaar – als je een haaks verlengkabeltje gebruikt is dit niet nodig.

 

 

Onderhoud

Eigenlijk is een vast onderhoud aan deze machines nog niet nodig geweest. Op het internet worden diverse adviezen gegeven, die niet allemaal helpen. Daarom heb ik een paar tips genoteerd.

Nieuwe machine, geen extra onderhoud nodig

De nieuwe machine kan je meteen gebruiken, zodra je deze met de twee of drie schroeven hebt gemonteerd en de zelf-test is voltooid. Extra onderhoud vooraf is niet nodig, wat de mensen op het internet ook roepen. Het is prima in orde: Alle lagers en assen zijn schoon, en zijn in de fabriek al ingevet met een onzichtbaar beetje olie.

Als bij de eerste self-test een error komt ‘X-axis alignment error’, dan haal je de twee of drie schroeven even los. Onderdelen iets verschuiven, terug op zijn plaats, en weer vastschroeven. Herhaal daarna de self-test.

Een paar kleine dingen die we wel doen:

  • De transparante buis waar het filament door loopt heeft twee wartels. De wartel aan de kant van de nozzle draaien we voorzichtig los met de bijpassende steeksleutel(s). We zetten hem nu hand-vast terug. Zo zorgen we ervoor dat we op locatie altijd bij dit punt kunnen om problemen met het filament op te lossen.
  • We vervangen de USB-stick
  • We verlengen de USB-aansluiting met een haakse verlengkabel van 30 centimeter (up-turn 30cm). Het einde leg je tussen het schermpje en het printbed.

Onderhoudsinterval en onderhoudsindicatie

Volgens Prusa is het onderhoudsinterval gemiddeld 800 print uren. Dit is ongeveer eens per 8 kilo filament. https://help.prusa3d.com/en/article/faq-frequently-asked-questions_1932

We vinden het niet nodig om te letten op deze looptijd. In plaats daarvan letten we op signalen, geluiden van de printer. Af en toe staat de printer om een andere reden op onze werkbank, bijvoorbeeld vanwege under-extrusion, of om vastgelopen filament te verwijderen. Dat is een goed moment voor een beetje extra aandacht.

Wat doe je bij een onderhoudsbeurt

We hebben nog geen vaste acties bij het onderhoud van de printers. Er is dan meestal een reden waarvoor we worden gevraagd naar de machine te kijken, en we letten dan vooral op de problemen die de gebruiker noemt. We maken nooit zomaar dingen open ‘gewoon omdat dit kan’, immers we introduceren dan alleen maar nieuwe problemen.

Het is goed om bij het onderhoud de volgende taken uit te voeren:

  • Printbed beoordelen. Indien glans: goed reinigen met aceton of afwasmiddel
  • Voordat we iets aanpassen, schoonmaken of herstellen: Filament wissel, gaat dit als verwacht? Proefprint maken, om te luisteren naar de motors en assen, kijk of filament goed invoert, en kijk of extrusie goed gaat en de print voldoende dicht staat. Let op de eerste laag, met live z-adjust voldoende dicht op het bed instellen; een skirt moet echt dicht zijn. Bij grote verrassingen: nakijken en herstellen.
  • Assen en spindels visueel beoordelen op stof en slijtage. We zien op de assen graag een klein randje olie en stof op de uiterste posities. (1) indien te veel viezigheid: plaatselijk schoonvegen met droge doek. (2) Indien de machine op de assen geen zichtbaar stof/vet randje toont: assen en spindels licht oliën, met meegeleverd Prusa vet, fietsenmakers olie of naaimachine olie.
  • Machine rondom beoordelen op loshangende kabels, scherm flatcable: losse kabels weer vastklikken
  • Alles wat opvallend los zit: dit weer herstellen.

Nozzle wisselen (niet voor beginners)

We spreken af om nooit nozzles te wisselen op onze Prusa Mini. Ervaren gebruikers willen wel eens een kleinere nozzle gebruiken om een miniatuur te maken. Let op: we doen dit niet met de Prusa Mini bij Junior IOT, in overleg gebruik je voor een fijnere nozzle de MK3 printer met het gele scherm.

Het maken van miniaturen blijkt overigens prima te gaan met onze standaard 0,4 mm nozzle. De finesse van de bewegingen van de 3D printer blijft evengoed ongeveer 0,05 mm.

Een prima miniatuur van 36 mm, geprint met de standaard 0,4 m nozzle.
Deze mini-Marco is gescand in de 3D mensenscanner van Tijl. In PrusaSlicer heb ik een ronde ‘shield’ toegevoegd om te zorgen dat het figuur stevig blijft staan. Bij zo’n klein model zetten we in PrusaSlicer de setting ‘detect thin walls’ aan. De vingers van de linkerhand zitten in het model iets van het lichaam vandaan, en om deze goed te printen heb ik in PrusaSlicer een paar mini verbindingsblokjes toegevoegd tussen de vingers en het lichaam. Hierdoor kan je zelfs de vingers aan de linkerhand herkennen op de foto. 

De printbare GCODE-file kan je hier ophalen: 4x of 40x_marco38_base_0.15mm_PLA_MINI

 

Een nozzle vervangen is alleen nodig als we bij problemen of onderhoud een hardnekkig probleem met under-extrusion ontdekken. Hoe dit werkt staat prima beschreven op het internet. We merken dat we daarnaast op een paar dingen moeten letten:

  • Wat je ook doet, eerst filament unloaden via het menu van de printer.
  • Zet de z-as omhoog om handig te kunnen werken. Op twee derde van de hoogte is prima.
  • Maak ruimte en gebruik goed gereedschap. De draden van de thermistor en de heater zijn gevoelig en breken makkelijk af bij uitschieters.
  • Het verwijderen van de nozzle gaat makkelijker als je het heatblock eerst tot 210 graden voorverwarmt (pre-heat voor PLA).
  • De heat-break zit met 3 kleine inbus schroeven vast in het koelelement. Aan de andere kant zit het losjes aangedraaid in het heatblok. Binnenin zit een stukje nylon buis wat goed passend moet zijn opgesloten, omdat gaps aanleiding zullen geven tot extrusie problemen. Door het werk aan de nozzle verschuift dit alles makkelijk, en daarom moet je ook deze afstelling opnieuw controleren.
  • Bij het monteren van de nozzle draai je deze vast tegen de heat-break. Dus niet tegen het aluminium blok.
  • Na het monteren van de nozzle, verwarmen tot 100 graden en dan nog even aandraaien. Dit is omdat je anders filament lekkage krijgt.

 

Troubleshooting – under-extrusion geeft dunne prints met de Prusa Mini

Oplossingen voor een Prusa mini die te dun print:

0. Default oplossing voor under-extrusion: negeren.

Kids op school weten niet beter en merken het niet. Niets zeggen en gewoon doorgaan, soms gaat het weer over.

1. Tijdelijk even 10-15 graden warmer

Een makkelijke oplossing voor under-extrusion, als het lukt, is om tijdens het printen de nozzle 10 of 15 graden warmer te zetten. Een eventuele verstopping komt er dan makkelijker uit (dat zie je niet). Na een paar minuten zet je de temperatuur weer terug.

Ik zeg expres ‘tijdens het printen’. Het gevaar is namelijk dat de extra temperatuur zorgt voor extra filament smelt, verder terug in het kanaal. Dat wil je niet want dan komt alles vast te zitten.

2. Alles 5-10 graden warmer printen

Een andere makkelijke oplossing voor under-extrusion is gewoon alles 5-10 graden warmer printen. Dat mag gewoon, maar je krijgt meer stringing – losse klieder draden.

3. Raar filament – warmer printen of weggooien

We hebben een soort filament die lastiger print, deze herken je makkelijk, het is de semi-transparante versie. Het strubbelt soms tegen en dat merken we aan under-extrusion. Printen mag 10 tot soms wel 20 graden warmer, of we doneren het aan de plastic afvalbak. Gekozen oplossing: gebruik dit filament niet.

4. Nat filament – niet gebruiken

Filament bewaar je het best in een droge omgeving, 40-60% luchtvochtigheid, maar nooit 80-90 of hoger. De bus heeft een eigenwijs klimaat (zie linkje verderop) met een speciale 96-99% RH. Het filament in onze natte werkplaats helpt het vocht af te voeren door zoveel mogelijk op te zuigen. Dit water kookt dan soms zelfs tijdens het printen, en dat geeft een mooi plastic vlokken effect. Een echte print van ‘gebakken lucht’. Je print is dan waardeloos.

Nat filament laat bovendien restjes achter op de tandwielen van de extruder, die daardoor lijken te slippen op dit filament. De prints worden dunner door under-extrusion. De vervuiling op de tandwielen lijkt na een tijd weg te gaan als je weer goed filament gebruikt.

Oplossing, gebruik dit filament niet, verwissel het met goed vers filament.

5. Alleen dunnere eerste laag – live z-adjust dichter naar het bed

Soms wordt alleen het eerste laagje minder dicht geprint. Print plakt niet? Het eerste laagje moet dicht genoeg tegen het bed gedrukt worden. De laag wordt dan dichter en plakt ook beter.
Dit kan je opnieuw kalibreren via het menu. Maar tijdens je eerste laag kan je ook de live z-adjust gebruiken om iets dichter naar het bed te komen. Je wilt dat de smeltdraad op het bed niet rond, maar iets plat is. Als je eraan voelt blijft het dan ook netjes op zijn plek.

6. Filament aandrukrol te los, of vies – iets strakker of ander filament

Je filament tandwiel kan vol zitten met plastic. Bij nat filament gebeurt dit makkelijker. Bij de filamentmotor zit een luikje, waarmee je dit controleert. Let op, er zijn twee mogelijke oplossingen.

  1. Eerst doe je het natte filament weg. Stap over op mooi droog filament, en misschien los je het daarmee al op. Vastgekoekt filament kan zo op den duur ook zelf weer verdwijnen.
  2. Doe dit niet te vaak: De aandruk rol strakker afstellen. Er zit op de zijkant een spanschroef om het iets strakker te zetten. Vraag mij hoe dat werkt. Te strak is niet goed.

De rol staat te strak als bij een filament wissel het nieuwe filament niet goed meer invoert. Het is niet erg als je tijdens het invoeren het filament even een eerste duwtje moet geven voordat het pakt.

7. Probeer under-extrusion op te lossen met filament wissels.

Dit is nog een manier om te proberen om under-extrusion op te lossen. Doe een paar filament wissels, om te kijken of zo viezigheid of een verstopping wordt opgelost.

Dit doe je gewoon via het menu: change filament. Telkens topje afknippen. Na drie keer gewoon weer printen.

8. Verstopping oplossen door Hot feed van filament.

Nog een manier om een gedeeltelijke verstopping op te lossen: In menu de nozzle wat warmer zetten. Misschien 15 graden warmer, of heel kort een beetje meer. Daarna weer een stukje op gewone temperatuur. Dan in menu ‘move axis’ de e-motor laten draaien om automatisch even wat filament te extruderen. Daarna gewoon weer gaan printen om te zien of het beter werkt.

 

9. Warm- en Cold-pull om bij de Prusa Mini een verstopping te verwijderen

Bij een verstopping of gedeeltelijke verstopping is het goed om de binnenkant van de nozzle te reinigen. Het kan zijn dat filament niet lekker doorloopt door vervuiling. Verstopping kan ook gebeuren wanneer twee types filament door elkaar geraakt zijn.

Let op: als je werkt met extra hoge temperaturen, haal dan eerst je filament uit de printer. Dat doe je via het printer menu. Door de extra warmte kan het filament verder in de machine vast gaan zitten, en dan heb je een lastiger probleem, wat we in deze uitleg niet gaan oplossen.

Heb je alle bovenstaande punten al gecontroleerd en hij doet het nog niet? Dan wil ik de cold-pull met je proberen. De foto hieronder laat zien waar je aan werkt. Eerst doen we dit op de ‘gewone’ temperatuur.

  • Zet met ‘move axis’ in het menu de nozzle op handige plek. Dat is aan de linkerkant en op 1/3 tot 2/3 van verticale as.
  • Via menu haal je filament uit de 3D printer.
  • Boven de nozzle zit de transparante filament buis vast me een goudkleurige wartel. Ik heb deze op onze machines hand-vast zitten, vaster hoeft ook niet. Draai deze met de hand los. De buis schuif je opzij. Waar de wartel zat is nu een opening voor filament.
  • Neem een stuk filament, 30 of 40 cm. Om het verschil goed te zien gebruik je een andere kleur dan het laatst in de machine is gebruikt.
  • Via menu maak je de nozzle warm, 210 graden.
  • Als je dat hebt, kan je met een Prusa nozzle naald even van onderaf in de nozzle prikken. Het is niet erg deze stap over te slaan, bij mij maakt dit weinig verschil.
  • Zet rustig het filament in de nozzle via de opening. Duw rustig een beetje en er komt filament uit. Trek het filament weer helemaal terug. Kijk naar het filament om te zien hoeveel vervuiling je hebt opgehaald.
  • Als het nog niet goed werkt, kan je de nozzle nu 15 graden warmer zetten. Druk opnieuw wat filament door de nozzle. Filament er weer uit. Kijk naar het filament en knip het puntje af.
  • Als het nog niet goed werkt, kan je de nozzle tot wel 240 graden opwarmen. Zorg ervoor dat dit niet te lang duurt. Druk opnieuw wat filament door de nozzle. Filament er weer uit. Kijk naar het filament en knip het puntje af.
  • Nozzle weer naar de gewone temperatuur.

Dan komt nu de echte cold-pull:

  • Zet de nozzle op 210 graden, en wacht tot deze temperatuur is bereikt.
  • Doe dan het filament erin, heel even rustig aandrukken en je ziet het filament rustig doorlopen.
  • Als het filament echt niet doorloopt, herhaal dit dan voor circa 180 graden. Beoordeel het gesmolten filament puntje, komt er meer vuil mee?
  • Dit is de echte cold-pull stap. Eerst opwarmen naar 210 graden, daarna nozzle instellen op 160 graden, en terwijl deze aan het afkoelen is druk je voorzichtig het filament door de nozzle. Rustig blijven drukken, tot filament er niet meer uit komt.
  • Bij ongeveer 160 graden trek je rustig het filament eruit.
  • Aan de vorm van het topje kan de kenner zien of de cold-pull netjes is gedaan. Je zou de vorm van de binnenkant van de buis en de nozzle kunnen herkennen.
  • Kijk naar het filament of er afvalstukjes mee zijn gekomen.
  • Topje afknippen. Opnieuw tot geen afval meer.

Klaar, filament eruit, buis er weer op. Print gewoon verder.

 

 

 

Troubleshooting – Filament voert helemaal niet in

Filament aandruk rol te strak – filament een beetje extra helpen

Het kan zijn dat we om een andere reden de aandruk rol telkens wat strakker hebben gezet. Het liefst veranderen we deze instelling niet. Immers, dit kan voor sommige filament nodig zijn.

Probeer het filament te helpen door deze tijdens het invoeren aan te drukken.

Verstopte nozzle

We proberen eerst de nozzle weer terug te vinden, meestal zit deze nog gewoon onder je heatblok (pas op, heet).

Probeer bij een verstopte nozzle de stappen die hierboven staan beschreven:

  • (9) Hot-pull en Cold-pull

Volgens het internet moet je alles demonteren? (Niet voor beginners)

Het internet roept vaak als oplossing dat alles verkeerd gemonteerd is, dat er voor deze machine (voor elke machine eigenlijk) ontwerpfouten zijn gemaakt, en dat je sowieso alles uit elkaar moet schroeven. Dit doe je niet. Probeer eerst rustig de andere oplossingen en overleg daarna met de eigenaar of verantwoordelijke.

 

 

Troubleshooting – overige aandachtspunten

Temperatuur en vochtigheid

Omdat filament zich bij lage temperaturen minder goed gedraagt, wil de machine niet starten als deze een temperatuur meet onder de 15 graden. Je krijgt dan een melding die eruitziet als een heel ernstige error.

In onze werkplaats warmen we de printer dan op met onze handen of met een föhn, en het printen gaat dan nog prima. We merken dat het filament zich boven 80% anders begint te gedragen, en boven 90% kan printen met sommige filament lastiger worden. Vochtig filament laat makkelijker resten achter op de extruder tandwielen, en door slip zien we makkelijker een under-extrusion.

Vervuilde extruder tandwielen – ga verder met ander filament

De vervuiling van de extruder tandwielen is erg vervelend, en hindert bij het printen. Dit kan komen door vochtig filament.

Een oplossing: Deze vervuiling lijkt na een tijdje weg te gaan als je een ander filament gebruikt. Ook hebben we een keer de restjes in het tandwiel voorzichtig los gemaakt met een soldeerbout, maar dit is niet voor beginners!

Een bijkomend probleem is slip op het filament. Dat gebeurt bij vochtig filament, en kan tegelijk te maken hebben met een vervuild extruder tandwiel. Probeer eerst of dit probleem blijft bestaan bij écht droog filament. Pas daarna kan je de aandrukrol iets strakker zetten. Het staat te strak als het filament bij een filamentwissel niet meer makkelijk invoert.

Layer shift, print soep en spaghetti monsters

Ook al zijn we enorm trots op onze printers, het gaat toch af en toe fout. Het is handig om te onderzoeken wat er precies is misgegaan.

Het kan gebeuren dat het object wat je print niet vast genoeg aan het bed zit. Zodra het los laat, worden de volgende lagen niet meer ondersteund. De printer gaat gewoon door, en je krijgt een mooie bos spaghetti, of schapenwol, net welke benaming je mooier vindt. Dit effect kan ook makkelijk ontstaan bij fouten in je ontwerp – bij een paard wat met zijn hoofd omlaag staat, zweeft een deel van het ontwerp zonder ondersteuning in de lucht. Zonder support kan dat deel dan alleen maar gebouwd worden van luchtspaghetti. De spaghetti kan bovendien verward raken in de bewegingen van de machine. Vaak zie je ook dat er veel plastic vast smelt aan het heatblok.

Ook kan het gebeuren dat je object te vast zit aan het bed. Als er om een of andere reden iets in de weg komt te zitten, dan wil de machine toch doorgaan met bewegen. De kop botst en hobbelt dan gewoon over het object, net zolang tot de print weer glad is, of het object los van het bed komt. Soms lukt het de printer zelfs om het object met bed en al een stuk te verplaatsen. Het resultaat is meestal een kunstzinnige printsoep.

Ohja, de Prusa mini schudt deze ongemakken rustig van zich af en wil gewoon weer verder printen.

De printbare GCODE-file kan je hier ophalen: 60x sleutelhanger_0.2mm_PLA_MINI_7h4m.gcode

Bij deze plastic soep hebben we een vermoeden waarom de printer s’nachts onverwacht misloopt:

Kleine reparaties tijdens het printen

Soms raakt er tijdens een langdurige print een klein stukje van z’n plek. Eigenlijk moet je dan opnieuw beginnen. Maar als niemand kijkt, dan neem ik een kloddertje Pritt-stift om een gat te vullen of een stukje weer vast te plakken. De printer kan gewoon bovenop dit materiaal printen! (Niet verder vertellen, zie opmerking over Pritt eerder op deze pagina…)

 

Troubleshooting print bed adhesion

We lopen er allemaal tegenaan, tijdens het printen laat het object los. Vooral met detail prints kan dat vaker voorkomen.

Print laat los – controleer of het bed vetvrij is

Na elke print maak je het bed schoon met alcohol. Gebruik daarvoor een alcohol met voldoende hoge concentratie, 90% of liever 99%. Na het schoonmaken ziet het bed er dan mooi mat uit. Lees de details: https://junioriot.nl/prusa-mini-troubleshooter/#alcohol

Af en toe maak je het bed schoon met aceton. Hiermee her-activeer je de hechtlaag. Doe dit niet te vaak, volgens Prusa kan de hechtlaag daardoor bros worden. Details: https://junioriot.nl/prusa-mini-troubleshooter/#aceton

Je kunt het bed ook schoonmaken met afwasmiddel. Lees meer: https://junioriot.nl/prusa-mini-troubleshooter/#afwasmiddel

Print laat los – live z-adjust

Als je het bed écht goed schoon hebt gemaakt, en de eerste laag blijft nog niet zitten, dan kan je deze stap doen.

Bij het printen van de eerste laag kijk je naar het randje wat door de printer om het object heen wordt getekend. Dit heeft overal dezelfde dikte en vorm. Het randje zou overal redelijk vast moeten zitten. Als dit niet xo is, dan mag je de z-lice adjust doen.

Let op, een laagdikte is ongeveer 0,2 mm. Bij het fijnafstellen is een verandering van 0,05 mm al best veel.

Tijdens het printen van de eerste laag ga je in het menu naar z-adjust. Daar staat een getal in milimeters. Verander het getal zodat de nozzle iets lager staat, maar maak de verandering niet meer dan 0,05 mm. Bij een positief getal wordt de waarde dan kleiner, bijvoorbeeld bij 1,52 ga je naar 1,47 mm. Bij een negatief getal, bijvoorbeeld -1,52 ga je dan naar -1,57 mm.

Na het afstellen stop je de print, maak het bed weer goed schoon, en start de print opnieuw. Gaat het nu beter?

Let op dat de lijnen van de eerste laag niet te plat worden. Als de nozzle echt op het bed komt, dan krijg je lelijke krassen.

 

 

Extra tips en vaardigheden

Onmogelijke prints – in de lucht printen met support

Als een gedeelte van je ontwerp niet gesteund wordt door ander materiaal, dan zweeft het in de lucht. Printen lukt dan alleen als je de PrusaSlicer supportmateriaal laat toevoegen. Er wordt een weggooi plastic mee geprint waarop de printer wel de zwevende onderdelen kan maken.

In de nieuwe versie van PrusaSlicer (verwacht wellicht in februari 2021) kan je makkelijker op je object aanwijzen waar dit support moet komen.

Onmogelijke prints – met een brim zet je smalle prints vast

Sommige ontwerpen hebben maar een heel klein contact stukje met het printbed. Deze zullen tijdens het printen makkelijk losschieten. We zetten dan in PrusaSlicer eenvoudig de optie ‘brim’ aan om een weggooi randje plastic toe te voegen.

De brim moet een stevig, aaneengesloten randje zijn. Als het bestaat uit losse cirkels, dan moet je wellicht met live z-adjust de nozzle 0,02 tot 0,05 mm dichter bij het bed zetten.

Onmogelijke prints – verdwenen details in kleine letters terughalen

In PrusaSlicer kan je per laag zien waar de printer het filament zal gaan leggen. Zo kan je makkelijk ontdekken of er in het horizontale vlak details verdwijnen. Lijnen smaller dan ongeveer 0,4 millimeter worden gewoonlijk weggelaten. Dit kan makkelijk gebeuren bij kleine letters op sleutelhangers.

Meestal willen we die dunnere lijnen toch herkennen als printmateriaal in onze prints. Hiervoor zet je in PrusaSlicer ‘detect thin walls’ aan bij advanced print settings, layers en perimeters. Het lijkt erop dat lijnen dan geprint worden vanaf ongeveer 0,2 mm breed.

Onmogelijke prints – een onmogelijke overhang printen

Nu begrijpen we dat elke print laag moet worden gesteund door een onderliggende laag. Maar toch kunnen we makkelijk een object van onder naar boven breder laten worden. Een ontwerprichtlijn is dat dit kan onder een hoek van 15 graden vanaf horizontaal. Dat is best knap!

Op deze foto zie je een windmolen, geprint in een liggende stand. Met extra balkjes heb ik de helling van de onderkant van de wieken gelijkmatig gemaakt. Deze helling is ongeveer 6 graden met het horizontale vlak, en als je erg op de details let is dit net even te veel voor een gladde print. Aan de onderkant van de wieken komen dan hangende krulletjes filament. Ik print bij de eerste foto gewoon op de standaard instelling ‘0,2 mm Quality’. De printbare GCODE-file kan je hier ophalen: RES props_0.2mm_PLA_MINI_35m.gcode

De krulletjes worden bij de tweede foto al wat minder bij een fijnere print volgens de instelling ‘0,15 mm Quality’. De printbare GCODE-file kan je hier ophalen: RES props_0.15mm_PLA_MINI_46m.gcode

Onmogelijke prints – ontwerpen voor micro detail

Als je rekening houdt met een paar eigenschappen van de printers kan je een nauwkeurig ontwerp maken voor superfijne details. De printer is in staat om de contouren op 0,05 mm nauwkeurig neer te leggen, maar met onze standaard nozzle zijn de plastic sporen altijd 0,4 mm dik. In een standaard instelling zijn de laagjes altijd zo’n 0,2 millimeter dik.

In je ontwerp voor een minimalistische, maar toch stevige wand krijg je bij een breedte van 0,8 mm precies twee strepen naast elkaar. Als het ietsje dikker wordt krijg je er nog wat bonus materiaal tussen. De aller dunste details teken je 0,5 mm breed om zeker te weten dat je daar nog één streep plastic kan krijgen. Kijk ook eens naar het voorbeeld op de foto hieronder.

Bij zo’n fijn ontwerp is het belangrijk om rekening te houden met het gedrag van het stroperig vloeibare filament tijdens het printen. Je tekent meestal rechthoekige volumes met scherpe hoeken. Het filament trekt een beetje weg van de hoeken. Om te zorgen dat filament ook op de volgende laag goed te blijven liggen moet de vorige laag ook goed van vorm zijn, waarom je verticaal het beste werkt met rustige veranderingen en eenduidige vormen. Het combineren van overhangen en bochten zorgt dat filament op een onverwachte plek komt, dus dat doe ik niet in de buurt van eventuele bewegende onderdelen.

Onmogelijke prints – draaiende onderdelen

De wieken van dit mini-windmolentje op de detailfoto’s zijn maar 3 centimeter lang. De staander van 6 mm dik is in verhouding tot het middengedeelte nog best een stevig onderdeel. Op deze detailfoto zie je dat de centrale as van de windmolen los geprint is van het rechthoekige frame wat er omheen zit. Het frame is op het breedste punt maar 6 millimeter, en de centrale as is op het dunste deel ‘ruim’ 2 millimeter breed.

In dit ontwerp draaien de wieken ten opzichte van de staander. Hiervoor heb ik een dunne centrale as gemaakt wat kan draaien in het kleine rechthoekige frame. Na een paar probeersels bleek het handig om horizontaal op de meeste plekken minimaal één streep (of 0,4 mm) ruimte te houden tussen de as en het frame. Verticaal houden we op de meeste plekken twee lagen afstand, dus ook 0,4 mm. Op een paar plaatsen is de afstand voorzichtig iets minder om te zorgen dat het ontwerp niet rammelt. Na het printen blijkt dat je de hechting tussen beide onderdelen gemakkelijk los kan draaien.

Op de detailfoto zie je hoe deze afstand tussen beide onderdelen er uit ziet. De wieken kunnen nu prima worden verdraaid om een andere stand te kiezen. Tegelijk zitten ze voldoende stevig vast om niet te wiebelen. Je ziet aan de franje aan de wieken nog dat de print gemaakt is op de gewone instelling met een laagdikte van 0,2 mm.

Ohja, dit klinkt misschien onverwacht: ik heb het hele werk in TinkerCad getekend – de vorm van de wieken heb ik gevonden in de galerie.

 

Printen met een kleurenwissel

Als we uiteindelijk alles goed hebben ingesteld, en het printen gaat lekker, dan zoeken we gewoon een extra reden om onszelf nog wat meer uit te dagen. Een kleurenwissel is zo’n voorbeeld. Deze kan je handmatig doen via het menu op de printer. Maar eigenlijk is het mooier om in PrusaSlicer aan te geven welke laag in de nieuwe kleur moet komen. Zodra de printer op dat punt komt zal het filament automatisch worden uitgeworpen, en je mag dan de andere kleur invoeren.

Op deze foto zie je de twee-kleuren Junior IOT dobbelstenen. De dobbelstenen zijn 17 millimeter breed. Dit is weer een goed voorbeeld van een micro-ontwerp: Het ontwerp heb ik een paar moeten aanpassen voordat de dobbelstenen er netjes genoeg uitzagen.

Bij het vlakje met de twee gaten zie je dat het zwarte lijntje rond de gaten niet goed op zijn plek zit. Bij het tekenen van een rondje wordt het stroperige filament meegetrokken in de richting van de beweging van de nozzle. Het is bovendien lastig om een eerste laag goed te laten hechten aan het bed. Dit is een moor voorbeeld om te leren over de details van de 3D printer.

De printbare GCODE-file kan je hier ophalen: 10x 2color dobbelstenen 17 JuniorIOT_0.2mm_PLA_MINI_2h53m.gcode