Door een diode kan elektriciteit maar in één richting lopen. Wanneer er een spanning in de niet-geleidende richting wordt aangesloten, zal de stroom door de diode geblokkeerd worden.

Het symbool van een diode

De polariteit

Omdat een diode de elektriciteit maar één richting doorlaat, is het belangrijk dat we de diode correct oriënteren. Een diode zal alleen een goede geleider zijn wanneer de stroom van de anode(+) naar de kathode(-) van de diode loopt. De kathode(-) van de diode zal aan de kant van de gekleurde ring zitten. Dit is in het plaatje hieronder duidelijk te zien:

Een diode zal alleen stroom kunnen geleiden wanneer de anode aan de positieve kant en de kathode aan de negatieve kant van de spanningsbron is aangesloten.

Wanneer gebruik je een diode?

In onze werkplaats worden diodes veruit het vaakst in de vorm van leds gebruikt. Dit zijn diodes die licht uitstralen wanneer er stroom doorheen loopt.

Ook zijn er andere toepassingen voor diodes. Wanneer ze in de configuratie van een gelijkrichter zijn opgesteld kunnen ze bijvoorbeeld gebruikt worden om wisselspanning om te zetten naar gelijkstroom. Echter zal de diode, voor de meeste beginnende circuit ontwerpers, zelden van belang zijn.

Enkele eigenschappen

Een diode laat de stroom dus enkel in één richting lopen. Echter zal de diode zelfs in de doorlaatrichting pas bij een bepaalde spanning lopen. Bij een silicone diode, de meest voorkomende variant, zal de spanning minimaal 0,6 volt moeten zijn. Deze spanning heet ook wel de doorlaatspanning. De doorlaatspanning geeft bovendien ook aan hoeveel volt de diode zal gebruiken. Wanneer we dus een stroomkring zouden maken met een lampje, een (silicone) diode en een 3 volt batterij, dan zal het lampje een spanning van 2,4 volt krijgen.

Naast een doorlaatspanning heeft een diode ook een doorslagspanning. De doorslagspanning geeft aan hoeveel volt een diode in de sperrichting (de niet-geleidende richting) kan weerstaan totdat er toch stroom door zal lopen. Het is dus eigenlijk hetzelfde als de doorlaatspanning, maar dan in de andere richting. De doorslagspanning zal echter wel veel hoger zijn dan de doorlaatspanning.

Het is dus belangrijk om bij het uitkiezen van een diode rekening te houden met de doorslagspanning. Wanneer de doorslagspanning overtreden wordt kan er namelijk kortsluiting ontstaan.

Echter kan dit fenomeen ook nuttig gebruikt worden. Een voorbeeld hiervan is de flyback diode. Dit is een diode die aangesloten is op een motor, deze is aangesloten in de richting dat hij niet zal geleiden. Wanneer de motor echter een grote spanningspiek veroorzaakt zal de doorslagspanning van de diode worden overschreden. De diode zal stroom doorlaten totdat deze piek verdwenen is. Hierdoor zal deze hoge spanning niet door de andere componenten lopen, het circuit wordt door de diode dus beschermd.

Ook zal een diode wanneer de doorslagspanning niet bereikt is, toch een beetje stroom in de sperrichting doorlaten. Deze stroom wordt ook wel de lekstroom genoemd. De lekstroom zal over het algemeen maar enkele milliampère bedragen.

Absolute maxima

Naast de doorlaatspanning, de doorslagspanning en de lekstroom heeft een diode net als elk component ook absolute maxima. Deze geven aan onder welke grenzen we moeten blijven om er op te mogen vertrouwen dat de diode blijft werken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de maximale temperatuur en de maximale spanning wat het component kan hebben.